ECLI:NL:RBSGR:2011:BU3350
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldigheid bodembeslag bij bodemverhuurconstructie en huurkoopovereenkomst
De zaak betreft een geschil over de rechtsgeldigheid van een bodembeslag gelegd door de Ontvanger van de Belastingdienst op een vergaarmachine die via een huurkoopovereenkomst aan [Y] Holding B.V. ter beschikking was gesteld. [X] B.V., de verkoper en eiseres, stelde dat zij de reële eigenaar was en dat het bodembeslag onrechtmatig was.
De rechtbank onderzocht of de bodemverhuurconstructie die op de productieruimte was toegepast ertoe leidde dat de bodem niet langer aan [Y] toebehoorde. Uit de feiten bleek dat ten tijde van de beslaglegging sprake was van een gemeenschappelijke bodem omdat [Y] en de curator de productieruimte nog feitelijk gebruikten en de curator nog belangrijke activiteiten verrichtte.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat het terughoudend beleid van artikel 22 Invorderingswet Pro niet van toepassing was omdat de machine geleverd was in huurkoop, waarbij het economisch risico bij de belastingschuldige lag. Het beroep op het fixatiebeginsel faalde eveneens omdat de machine niet tot de faillissementsboedel behoorde.
De vorderingen van [X] werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten. Het bodembeslag werd daarmee als rechtsgeldig bevestigd.
Uitkomst: Het bodembeslag van de Ontvanger is rechtsgeldig en de vorderingen van [X] worden afgewezen.