ECLI:NL:RBSGR:2011:BU3363
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot weigering medewerking aan rechtshulpverzoek Rwanda inzake strafproces tegen erkend vluchteling
De zaak betreft een erkend vluchteling die in Rwanda wordt vervolgd wegens medeplichtigheid aan terroristische activiteiten en andere ernstige beschuldigingen. De Rwandese autoriteiten hebben via een rechtshulpverzoek aan Nederland gevraagd om documenten die in beslag zijn genomen in Nederland te overleggen.
De echtgenoot van de verdachte vordert in kort geding dat de Staat geen medewerking verleent aan dit rechtshulpverzoek, uit vrees voor een oneerlijk proces en schending van fundamentele rechten in Rwanda. Hij betoogt onder meer dat de documenten zullen worden bewerkt en dat getuigen worden gemanipuleerd.
De rechtbank toetst marginaal en concludeert dat geen weigeringsgronden zijn op basis van het verdrag ter bestrijding van terrorisme en het Wetboek van Strafvordering. Ook is onvoldoende gebleken van een gegronde vrees voor flagrante schending van fundamentele rechten, mede gelet op diplomatieke garanties, het advies van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en een relevante uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
De vordering wordt afgewezen en de echtgenoot wordt veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank acht de procedure tegen de verdachte in Rwanda voldoende waarborgen te bieden voor een eerlijk proces.
Uitkomst: De vordering tot het verbod op medewerking aan het rechtshulpverzoek wordt afgewezen.