ECLI:NL:RBSGR:2011:BU3365
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens ontbreken geldige mvv in het licht van artikel 20 VWEU en arrest Ruiz Zambrano
Eiser, een Turkse staatsburger, verzocht om een verblijfsvergunning in Nederland, welke werd geweigerd wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De rechtbank oordeelde dat de weigering ertoe leidt dat de kinderen van eiser, die burgers van de Unie zijn, gedwongen worden het grondgebied van de Unie te verlaten om hun ouders te volgen, wat hun het effectieve genot van de belangrijkste aan hun status ontleende rechten ontzegt.
De rechtbank baseerde zich op het arrest Ruiz Zambrano van het Hof van Justitie van de EU, waarin werd vastgesteld dat een lidstaat een derdelander met jonge kinderen die Unieburger zijn niet mag weigeren verblijf als dit leidt tot het ontnemen van essentiële rechten aan die kinderen. Het Bureau Medische Advisering (BMA) had vastgesteld dat eiser afhankelijk is van mantelzorg van zijn echtgenote en dat scheiding een psychotische ontregeling kan veroorzaken, wat een medische noodsituatie op korte termijn kan veroorzaken.
Hoewel verweerder stelde dat de echtgenote en kinderen niet verplicht zouden zijn mee te gaan naar Turkije, oordeelde de rechtbank dat dit onwaarschijnlijk is en dat de weigering van de verblijfsvergunning dus leidt tot een situatie waarin de kinderen feitelijk niet hun rechten als Unieburger kunnen uitoefenen. Verweerder had niet voldoende gemotiveerd waarom deze situatie niet onder het Unierecht valt. De rechtbank vernietigde het besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moet worden genomen met inachtneming van deze overwegingen.
Daarnaast wees de rechtbank het beroep op artikel 8 EVRM Pro af, omdat verweerder een zorgvuldige belangenafweging had gemaakt en binnen de marge van beoordeling was gebleven. Ook het beroep op artikel 3 EVRM Pro en het verzoek om vrijstelling van het mvv-vereiste werden verworpen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met de verplichting tot een nieuw besluit.