ECLI:NL:RBSGR:2011:BU3541
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.C. Punt
- I.F. Dam
- M. Groeneveld-Stubbe
- Rechtspraak.nl
Vaststelling Nederlandse nationaliteit van kind geboren in Suriname in 1982
Verzoekers, woonachtig te Nederland, vroegen de rechtbank vast te stellen dat hun zoon, geboren in Suriname in 1982, de Nederlandse nationaliteit bezit. De ouders waren destijds nog in het bezit van de Nederlandse nationaliteit, maar verloren deze later op grond van artikel 5 lid 2 van Pro de TOS. De rechtbank onderzocht vanaf wanneer de termijn van twee jaar voor het verlies van de Nederlandse nationaliteit begon te lopen.
De rechtbank concludeerde dat verzoekers in 1980 tijdelijk naar Suriname vertrokken zonder de intentie hun woonplaats te verplaatsen. Pogingen om in 1982 terug te keren naar Nederland mislukten vanwege ziekte en financiële omstandigheden. Correspondentie met het Kabinet van de Koningin kon niet worden achterhaald, maar verzoekers vertelden een consistent verhaal. De termijn voor het verlies van de Nederlandse nationaliteit begon daarom pas begin 1983 te lopen.
Hierdoor waren de ouders in 1982 nog Nederlander, zodat hun zoon op grond van artikel 1 aanhef Pro en onder a van de Wet op het Nederlanderschap de Nederlandse nationaliteit bezit. De rechtbank wees het verzoek voor zover het verder ging af en stelde vast dat het kind vanaf geboorte Nederlander is.
Uitkomst: Het kind van verzoekers bezit vanaf geboorte de Nederlandse nationaliteit.