ECLI:NL:RBSGR:2011:BU3811
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.Th. Nijhuis
- D.H. von Maltzahn
- W.J. Don
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlanderschap wegens ontbreken erkenning tijdens minderjarigheid
Verzoekster, geboren in Suriname en later ingeschreven in Nederland, verzocht de rechtbank om vaststelling van haar Nederlandse nationaliteit op grond van het vaderschap van haar biologische vader, die Nederlander is. Zij stelde dat haar vader haar tijdens haar minderjarigheid wilde erkennen, maar dit niet kon vanwege zijn detentie in Duitsland.
De rechtbank overwoog dat het indienen van een verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap niet kan worden opgevat als een erkenning zoals bedoeld in het Burgerlijk Wetboek. Erkenning dient te geschieden via een akte van erkenning bij de burgerlijke stand of notariële akte. Omdat verzoekster tijdens haar minderjarigheid niet erkend was, kon de latere vaststelling van het vaderschap tijdens haar meerderjarigheid niet leiden tot verkrijging van het Nederlanderschap.
De rechtbank verwierp ook het beroep op analoge toepassing van artikel 17 lid 2 RWN Pro, dat ziet op vaststelling van het Nederlanderschap van overledenen, wat hier niet van toepassing is. De eerdere beschikking van de rechtbank Amsterdam tot vaderschapsvaststelling leidde niet tot Nederlanderschap omdat verzoekster op dat moment meerderjarig was. Het verzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap wordt afgewezen wegens het ontbreken van erkenning tijdens minderjarigheid.