ECLI:NL:RBSGR:2011:BU3813
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.Th. Nijhuis
- D.H. von Maltzahn
- W.J. Don
- Rechtspraak.nl
Toekenning Nederlandse nationaliteit na rechtsgeldige erkenning ondanks betwist vaderschap naar Ghanees recht
Verzoeker, geboren in Ghana in 1983, verzocht de rechtbank vast te stellen dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit. Hij werd op 15 juni 2001 erkend door een Nederlander, [A], wat volgens hem de basis vormt voor zijn Nederlanderschap.
De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) betwistte de geldigheid van deze erkenning, stellende dat verzoeker reeds een juridische vader had volgens Ghanees recht, namelijk [vader van verzoeker], en dat daardoor erkenning door [A] niet rechtsgeldig kon zijn. Daarnaast stelde de IND dat op het moment van erkenning geen gelegaliseerde geboorteakte beschikbaar was.
De rechtbank onderzocht de Ghanees rechtelijke criteria voor vaderschap, waaronder naamgevingsprocedures, vermelding op de geboorteakte, verzorging en onderhoud van het kind, en verklaringen van de moeder. Het bleek dat [vader van verzoeker] niet als juridische vader kon worden aangemerkt, omdat hij geen naamgevingsprocedure had gehouden en niet had bijgedragen aan verzorging en onderhoud.
De erkenning door [A] werd beoordeeld naar Nederlands recht en als rechtsgeldig aangemerkt, mede omdat de geboorteakte later gelegaliseerd en geverifieerd werd. De rechtbank concludeerde dat verzoeker sinds 15 juni 2001 de Nederlandse nationaliteit bezit. Een discussie over het moederschap werd verworpen op basis van voldoende DNA-bewijs.
Uitkomst: Verzoeker bezit sinds 15 juni 2001 de Nederlandse nationaliteit door een rechtsgeldige erkenning.