ECLI:NL:RBSGR:2011:BU3860
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.Th. Nijhuis
- D.H. von Maltzahn
- W.J. Don
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot vaststelling Nederlanderschap na intrekking naturalisatie
Verzoeker, geboren in Ghana, verkreeg in 2002 de Nederlandse nationaliteit via naturalisatie, onder de voorwaarde afstand te doen van zijn oorspronkelijke nationaliteit. De Minister trok deze naturalisatie in 2007 in omdat verzoeker niet had aangetoond afstand te hebben gedaan van zijn Ghanese nationaliteit. Verzoeker startte diverse bestuursrechtelijke procedures, die uiteindelijk niet tot inhoudelijke toetsing van zijn Nederlanderschap leidden vanwege termijnoverschrijding en het niet aanwenden van rechtsmiddelen.
In het onderhavige civiele verzoek betoogt verzoeker dat de intrekking onrechtmatig is omdat de IND niet alle procedurele regels heeft nageleefd, onder meer door de gemeente Amsterdam niet te informeren over het voornemen tot intrekking en door twijfel over de bevoegdheid van de medewerker die het besluit nam. De rechtbank oordeelt dat de beschikking tot intrekking formele rechtskracht heeft en dat verzoeker niet alsnog inhoudelijk bezwaar kan maken.
De rechtbank stelt vast dat de niet-inachtneming van de kennisgevingsplicht aan de gemeente Amsterdam niet leidt tot vernietiging van het besluit, mede omdat de gemeente op de hoogte was en verzoeker niet in zijn belangen is geschaad. Ook is de bevoegdheid van de medewerker voldoende onderbouwd en niet betwist. Daarom verklaart de rechtbank het verzoek niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap vanwege formele rechtskracht van de intrekkingsbeschikking.