ECLI:NL:RBSGR:2011:BU3895
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verjaring van invordering bestuursdwangkosten door gemeente
De zaak betreft een geschil tussen een eigenaar van een appartementsrecht en de gemeente 's-Gravenhage over de invordering van kosten verbonden aan bestuursdwang. De eigenaar had niet voldaan aan een last tot het treffen van voorzieningen aan zijn appartement, waarop de gemeente bestuursdwang toepaste en de kosten daarvan wilde verhalen.
De eigenaar stelde dat de vordering van de gemeente tot betaling van deze kosten verjaard was, stellende dat de vordering als een nakomingsvordering uit overeenkomst moest worden gekwalificeerd en derhalve een verjaringstermijn van vijf jaar gold. De rechtbank overwoog dat er geen sprake was van een overeenkomst en dat de verjaringstermijn van artikel 3:310 BW Pro, die ziet op schadevergoeding, mogelijk van toepassing is.
De gemeente had de verjaring gestuit door een brief van 7 augustus 2009, waardoor de verjaringstermijn werd onderbroken. Partijen kregen de gelegenheid om zich nader uit te laten over de toepasselijkheid van artikel 3:310 BW Pro en het aanvangsmoment van de verjaringstermijn. De rechtbank hield de beslissing aan en bepaalde een termijn voor het indienen van nadere stukken.
Het vonnis werd gewezen door rechter J.W. Bockwinkel op 2 november 2011.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en geeft partijen gelegenheid om zich nader uit te laten over de toepasselijkheid van artikel 3:310 BW en het aanvangsmoment van de verjaringstermijn.