ECLI:NL:RBSGR:2011:BU4228
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergewisplicht bij overdracht vreemdeling op grond van Dublinverordening niet van toepassing
Eiser betoogde dat verweerder zich niet voldoende had vergewist of aan de reisvoorwaarden bij overdracht naar Polen was voldaan, zoals vereist in artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder baseerde zijn besluit op een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) waarin werd gesteld dat eiser in staat was te reizen, mits onder begeleiding en met continuering van medicatie.
De rechtbank overwoog dat artikel 64 Vw Pro 2000 inhoudt dat uitzetting achterwege blijft als reizen medisch onverantwoord is. Echter, bij overdracht op grond van de Dublinverordening wordt contact gelegd met de ontvangende autoriteiten en kunnen medische eisen worden afgestemd. Hierdoor geldt het interstatelijk vertrouwensbeginsel, dat ervan uitgaat dat het ontvangende land adequaat zorg draagt voor de overdracht en medische voorzieningen.
De rechtbank stelde vast dat verweerder de vergewisplicht terecht niet toepaste bij Dublinoverdrachten, omdat het aan het ontvangende land is om te zorgen voor naleving van de voorwaarden. Het beroep van eiser werd gegrond verklaard wegens procedurele tekortkomingen rondom het BMA-advies, maar de rechtsgevolgen van het bestreden besluit bleven in stand. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; verweerder wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.