ECLI:NL:RBSGR:2011:BU4981
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van opzettelijk verontrusten van wilde eenden tijdens hondentraining
Op 13 maart 2011 werd verdachte beschuldigd van het opzettelijk verontrusten van wilde eenden in het recreatiegebied Reeuwijkse Hout door zijn jonge jachthond op commando naar de slootranden te laten rennen. De officier van justitie vorderde een geldboete of hechtenis, terwijl de verdediging stelde dat er geen sprake was van verontrusten en dat verdachte geen opzet had.
De economische politierechter nam verklaringen van een verbalisant en verdachte in overweging. De verbalisant bevestigde dat hij zag dat de hond op commando rende en dat eenden opvlogen, maar er was geen bewijs dat de eenden niet terugkeerden of dat hun instandhouding werd beïnvloed. De rechter betrok ook het wetsvoorstel 'Wet Natuur' en de Vogelrichtlijn bij de interpretatie van het begrip verontrusten.
De rechter concludeerde dat het begrip verontrusten in de Flora- en faunawet ruimer is dan het begrip verstoren in de Vogelrichtlijn, maar dat het wetsvoorstel een nauwere aansluiting op de internationale regelgeving beoogt. Gezien het ontbreken van een wezenlijke invloed op de populatie wilde eenden, was er geen sprake van strafbaar verontrusten.
Daarom sprak de economische politierechter verdachte vrij van het ten laste gelegde feit. Het overige verweer behoefde geen bespreking meer. De uitspraak werd gedaan op 17 november 2011 door de economische politierechter H. Steenhuis.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van opzettelijk verontrusten van wilde eenden.