ECLI:NL:RBSGR:2011:BU4995
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering erkenning UNHCR
Verzoeker, een Iraakse vreemdeling, werd door de UNHCR in Turkije erkend als verdragsvluchteling. De minister voor Immigratie en Asiel wees zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel af. Verzoeker stelde dat de minister onvoldoende rekening had gehouden met de erkenning door de UNHCR en onvoldoende onderzoek had gedaan naar de achtergrond hiervan.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de minister niet alleen aan verzoeker had mogen tegenwerpen dat hij geen duidelijkheid kon verschaffen over de toedracht van de erkenning, maar dat hij ook zelfstandig onderzoek had moeten doen of verzoeker de gelegenheid had moeten bieden nadere stukken in te brengen. De minister had de erkenning door de UNHCR niet betrokken in zijn besluitvorming, wat leidde tot een onvoldoende motivering van het besluit.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. De minister werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de hoofdzaak reeds werd beslist. Verzoeker werd tevens in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd.