ECLI:NL:RBSGR:2011:BU5206
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verblijfsrecht en ongewenstverklaring EU-burger wegens ernstige criminele feiten
Eiser, een Roemeense EU-burger, is veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf wegens deelname aan een criminele organisatie, inbraak, diefstal, skimmen en witwassen. De Nederlandse overheid beëindigde daarop zijn verblijfsrecht en verklaarde hem ongewenst op grond van de Vreemdelingenwet 2000.
Eiser maakte bezwaar en stelde dat hij was veranderd, zich voorbeeldig had gedragen tijdens detentie, en dat de maatregel in strijd was met zijn recht op gezinsleven onder artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde dat het gedrag van eiser een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor de samenleving en dat de belangen van de staat zwaarder wegen dan die van eiser en zijn gezin.
De rechtbank overwoog dat de strafrechtelijke veroordelingen en recidive zwaar wegen, dat eiser onvoldoende langdurig rechtmatig in Nederland verbleef, en dat zijn partner en kind hem naar Roemenië kunnen volgen. Ook de medische situatie van het kind vormt geen objectieve belemmering voor vertrek. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van het verblijfsrecht en de ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.