ECLI:NL:RBSGR:2011:BU5360
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid afgewezen inschrijver wegens overschrijding vervaltermijn aanbestedingsprocedure
Rijkswaterstaat startte begin 2011 een Europese aanbestedingsprocedure voor de levering en implementatie van een AIS-walinfrastructuur. Drie partijen, waaronder HITT, schreven in. Op 19 september 2011 werd HITT geïnformeerd dat haar inschrijving was afgewezen wegens onvoldoende score op het criterium Ability to Execute. In het Beschrijvend Document was een vervaltermijn van 15 dagen opgenomen waarbinnen bezwaar kon worden gemaakt door middel van een kort geding.
HITT startte haar kort geding pas op 10 november 2011, ruim na het verstrijken van de vervaltermijn op 4 oktober 2011. Hoewel HITT probeerde mee te liften op een tijdig door KPN ingestelde procedure, was die door KPN ingetrokken, waardoor tussenkomst niet mogelijk was. De rechtbank oordeelde dat de vervaltermijn een contractuele verplichting is die HITT als inschrijver moest respecteren.
HITT voerde aan dat een nieuwe handleiding de uitleg van de aanbestedingsstukken wijzigde en dat haar score van 5,9 afgerond moest worden naar een voldoende, maar dit werd niet aanvaard. Er waren geen bijzondere omstandigheden die de vervaltermijn konden doorbreken. De voorzieningenrechter verklaarde HITT niet-ontvankelijk en veroordeelde haar in de proceskosten.
Uitkomst: HITT is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de vervaltermijn en veroordeeld in de proceskosten.