ECLI:NL:RBSGR:2011:BU5793
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering over veiligheidssituatie Uruzgan
Verzoeker, een Afghaanse asielzoeker, werd door de minister afgewezen voor een verblijfsvergunning asiel en regulier verblijf, mede vanwege het ontbreken van documenten ter onderbouwing van zijn identiteit. Verzoeker stelde dat hij risico loopt in de provincie Uruzgan vanwege zijn etnische achtergrond en de onveilige situatie daar.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd dat de veiligheidssituatie in Uruzgan niet uitzonderlijk was in de zin van artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn. De minister had zich onterecht gebaseerd op landelijke cijfers en had onvoldoende onderzocht of het specifieke deelgebied Uruzgan een dermate hoge mate van willekeurig geweld kende dat terugkeer een reëel risico opleverde.
Daarnaast werd geoordeeld dat verzoeker niet wisselend had verklaard over het ontbreken van zijn documenten en dat het standpunt van de minister dat verzoeker niet aannemelijk had gemaakt dat het ontbreken van documenten niet aan hem kon worden toegerekend, onvoldoende was gemotiveerd.
De rechtbank vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd afgewezen omdat in de hoofdzaak werd beslist.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over de veiligheidssituatie in Uruzgan.