ECLI:NL:RBSGR:2011:BU6585
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.J. Peters
- H.J.M. Smid-Verhage
- I. Mantel
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs poging tot oplichting en gebruik valse creditcards
Op 21 februari 2011 werd verdachte verdacht van meerdere feiten, waaronder poging tot oplichting middels een wisseltruc en het gebruik van valse of vervalste creditcards in diverse winkels in Leiden. Verdachte zou samen met een medeverdachte verschillende winkels hebben bezocht en daarbij valse creditcards hebben gebruikt om goederen te verkrijgen.
Tijdens de terechtzitting op 17 november 2011 verscheen verdachte niet, maar werd hij bij verstek vertegenwoordigd door zijn raadsman. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van zes maanden wegens de ten laste gelegde feiten.
De rechtbank oordeelde echter dat er onvoldoende bewijs was om aan te nemen dat verdachte daadwerkelijk betrokken was bij de oplichtingspraktijken of het gebruik van de valse creditcards. De aanwezigheid van verdachte in de winkels was onvoldoende om medeplegen aan te nemen, mede omdat de medeverdachte de betalingen verrichtte en verdachte verklaarde niet op de hoogte te zijn van de valse kaarten.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs van zijn betrokkenheid en opzet.
Uitkomst: Verdachte werd vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij poging tot oplichting en gebruik van valse creditcards.