ECLI:NL:RBSGR:2011:BU6713
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag uit Zuid-Somalië wegens onvoldoende bewijs onhoudbaarheid onder Al-Shabaab en hongersnood
Verzoeker, afkomstig uit Baraawe in Zuid-Somalië, diende een herhaalde aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Het eerdere besluit van 10 april 2010, waarin zijn aanvraag werd afgewezen, kreeg formele rechtskracht. Het gewijzigde asielbeleid (WBV 2011/13) maakt het mogelijk om onder bepaalde voorwaarden alsnog een vergunning te verkrijgen indien men niet kan handhaven onder de regels van Al-Shabaab.
Verzoeker stelde dat hij zich bij terugkeer niet kan handhaven onder Al-Shabaab en dat de humanitaire situatie in zijn regio door hongersnood is verslechterd, wat een schending van artikel 3 EVRM Pro zou opleveren. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk een reëel risico loopt onder Al-Shabaab, mede omdat hij ervaring heeft met het leven onder deze groepering en zijn familie in Baraawe in goede gezondheid verkeert.
Wat betreft de hongersnood concludeerde de rechter dat hoewel de humanitaire situatie verslechterd is, verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Baraawe een behandeling zal ondergaan die in strijd is met artikel 3 EVRM Pro. De jurisprudentie van het EHRM vereist zeer uitzonderlijke omstandigheden, die hier niet zijn aangetoond.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van persoonlijk risico onder Al-Shabaab en hongersnood.