ECLI:NL:RBSGR:2011:BU6860
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel vreemdelingenbewaring wegens ontbreken redelijk vooruitzicht op uitzetting
Eiser heeft meerdere perioden in vreemdelingenbewaring gezeten en een aanvraag om een laissez passer bij de Marokkaanse autoriteiten loopt al geruime tijd zonder dat er zicht is op uitzetting. De rechtbank oordeelt dat gezien de lange duur van het onderzoek en het ontbreken van aanvullende documenten geen redelijk vooruitzicht op verwijdering meer bestaat.
De rechtbank neemt mee dat de langste termijn waarna een laissez passer werd afgegeven 528 dagen bedroeg, terwijl het huidige onderzoek al langer dan 740 dagen duurt. Ondanks de aankondiging van verweerder dat er binnenkort gerappelleerd zal worden, is dit onvoldoende om te verwachten dat binnen een redelijke termijn een laissez passer zal worden afgegeven.
Daarom wordt de maatregel van bewaring met ingang van 1 december 2011 opgeheven. Tevens kent de rechtbank een schadevergoeding toe voor 23 dagen onrechtmatige bewaring, maar matigt dit bedrag tot de helft vanwege het ontbreken van volledige medewerking van eiser aan het uitzettingsonderzoek.
De proceskosten worden aan verweerder opgelegd en dienen te worden betaald aan de griffier van de rechtbank. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: De maatregel van vreemdelingenbewaring wordt opgeheven en eiser krijgt een gematigde schadevergoeding toegekend.