ECLI:NL:RBSGR:2011:BU7344
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot onmiddellijke invrijheidstelling na verlenging voorlopige hechtenis
Eiser, met de Nederlandse nationaliteit, wordt verdacht van moord dan wel gekwalificeerde doodslag op zijn vader in Suriname in 1993. Na vlucht naar Nederland en veroordeling bij verstek in Suriname, is hij in Nederland veroordeeld tot gevangenisstraf wegens doodslag en andere feiten, waartegen hij hoger beroep heeft ingesteld.
De advocaat-generaal heeft bij het gerechtshof een verlenging van de voorlopige hechtenis gevorderd, welke is toegewezen zonder uitgebreide motivering. Eiser betoogt dat het hof niet op zijn verweren is ingegaan, waaronder verjaring van het strafbare feit en het ontbreken van een geschokte rechtsorde, en dat daardoor sprake is van een juridische misslag.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het hof de verweren voorshands heeft meegewogen en dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen bindend is. De voortzetting van de vrijheidsbeneming is niet onrechtmatig, ook al ontbreekt een uitgebreide motivering. De vordering tot onmiddellijke invrijheidstelling wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot onmiddellijke invrijheidstelling wordt afgewezen omdat de voortzetting van de voorlopige hechtenis rechtmatig is.