ECLI:NL:RBSGR:2011:BU7609
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J. Paris
- B.C. Punt
- F.J. Verbeek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlandse nationaliteit wegens onjuiste identiteit
Verzoekster heeft de rechtbank verzocht vast te stellen dat zij de Nederlandse nationaliteit bezit, mede op grond van het feit dat zij als minderjarig kind heeft gedeeld in de naturalisatie van haar vermeende vader. Zij baseert haar identiteit op een geboorteakte uit 1999 en stelt dat zij in 2000 naar Nederland is gekomen en bij haar ouders heeft gewoond.
De IND betwist de identiteit van verzoekster op basis van een onderzoek door medewerkers van de Sociale Verzekeringsbank in Marokko en een rapport van de attaché Sociale Zaken van de Nederlandse ambassade. Dit onderzoek concludeert dat de persoon die zich als verzoekster voordoet in werkelijkheid een ander persoon is, dat de geboorteakte en overlijdensakte vervalst zijn en dat verzoekster waarschijnlijk nooit heeft bestaan.
De rechtbank stelt vast dat de identiteit van verzoekster onvoldoende vaststaat en dat zij gebruikmaakt van onjuiste persoonsgegevens. Het beroep op bezit van staat ex artikel 1:209 BW Pro faalt omdat de staat van wettig kind niet kan worden aangenomen zonder de juiste identiteit. De rechtbank wijst daarom het verzoek af.
De beslissing volgt op een mondelinge behandeling waarbij verzoekster en de IND zijn verschenen. Eerdere bezwaar- en beroepsprocedures tegen het vervallen van het paspoort van verzoekster zijn eveneens ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van de Nederlandse nationaliteit wordt afgewezen wegens twijfel aan de identiteit van verzoekster.