ECLI:NL:RBSGR:2011:BU7698
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.J. ter Kuile
- Rechtspraak.nl
Toewijzing compensatie wegens langdurige vluchtvertraging op grond van EU-verordening
In deze zaak vorderen passagiers compensatie van ArkeFly wegens een langdurige vertraging van hun vlucht van Amsterdam naar Curaçao. De vlucht had een vertraging van ongeveer 4 uur en 30 minuten bij aankomst op de bestemming. De passagiers baseren hun vordering op Verordening (EU) nr. 261/2004, die compensatie toekent bij langdurige vertragingen.
ArkeFly betwist de aanspraak op compensatie en beroept zich op het IATA-arrest en het Verdrag van Montreal, en stelt dat het Sturgeon-arrest van het HvJ EU niet gevolgd moet worden. Tevens verzoekt ArkeFly om aanhouding van de zaak in afwachting van nadere prejudiciële vragen aan het HvJ EU.
De kantonrechter oordeelt dat het Sturgeon-arrest bindend is en dat de passagiers aanspraak maken op compensatie van € 600 per persoon, totaal € 1.200. Het verweer van ArkeFly dat de vertraging minder dan vier uur was en dus slechts gedeeltelijke compensatie verschuldigd is, wordt als te laat ingebracht buiten beschouwing gelaten. Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente toegewezen.
De rechtbank veroordeelt ArkeFly tot betaling van € 1.378,50 plus wettelijke rente vanaf 30 april 2010 en in de proceskosten. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: ArkeFly wordt veroordeeld tot betaling van € 1.378,50 plus wettelijke rente en proceskosten wegens vluchtvertraging.