ECLI:NL:RBSGR:2011:BU7736
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering passagiers wegens langdurige vluchtvertraging afgewezen wegens vervaltermijn
De passagiers hadden via een touroperator een reis geboekt met ArkeFly van Amsterdam naar Curaçao en terug, waarbij beide vluchten met meer dan tien uur vertraging werden uitgevoerd. Zij vorderden een financiële compensatie op grond van EU-Verordening 261/2004.
ArkeFly stelde onder meer dat de vordering van een minderjarige passagier niet-ontvankelijk was omdat hij ten tijde van dagvaarding minderjarig was en niet vertegenwoordigd werd door een wettelijke vertegenwoordiger. De kantonrechter oordeelde echter dat de minderjarige zijn proceshandelingen na meerderjarigheid had bekrachtigd, waardoor de dagvaarding geldig bleef.
De kantonrechter oordeelde vervolgens dat de vordering van de passagiers was vervallen omdat deze niet binnen de wettelijke termijn van twee jaar, zoals bepaald in artikel 8:1835 BW Pro, was ingesteld. De dagvaarding werd pas ruim twee jaar na de geplande aankomstdatum ingediend. Daarom werden de passagiers niet-ontvankelijk verklaard in hun vordering en veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de passagiers wordt afgewezen wegens het verstrijken van de wettelijke vervaltermijn.