ECLI:NL:RBSGR:2011:BU8222
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verlenging verblijfsvergunning wegens schending zorgvuldigheidsbeginsel
Eiser, houder van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel verblijf bij partner, diende een aanvraag in tot verlenging van deze vergunning. Verweerder wees deze aanvraag af omdat de relatie met de partner was verbroken en eiser niet meer op het adres van de partner stond ingeschreven. Eiser liet zich vertegenwoordigen door een gemachtigde en gaf diens adres op als correspondentieadres.
Desondanks stuurde verweerder een belangrijke brief met het verzoek om stukken niet aan de gemachtigde, maar aan eiser zelf, wat volgens de rechtbank in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en artikel 2:1 Awb Pro. Hierdoor werd eiser in zijn belangen geschaad omdat hij niet de mogelijkheid kreeg om de aanvraag te wijzigen naar een verblijfsvergunning met een andere beperking.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het primaire besluit moest herroepen en een nieuwe beslissing moest nemen, waarbij eiser alsnog in de positie wordt gebracht om zijn aanvraag te wijzigen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd, waarna een nieuwe beslissing moet worden genomen.