ECLI:NL:RBSGR:2011:BU8338
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gezag, omgang en ondertoezichtstelling minderjarigen na verstoorde ouderrelatie
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde verzoeken van de vader en de Raad voor de Kinderbescherming betreffende gezag, omgang en ondertoezichtstelling van twee minderjarigen. De moeder verzocht tevens tot vernietiging van de erkenning van de vader, welke niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn.
De bijzondere curator werd niet vervangen, ondanks een vertrouwensbreukvermoeden van de moeder. De rechtbank oordeelde dat de curator zorgvuldig had gehandeld en de belangen van de minderjarige adequaat behartigde. Het verzoek van de vader om het eenhoofdig gezag te verkrijgen werd afgewezen, omdat dit niet in het belang van de minderjarigen werd geacht.
De Raad voor de Kinderbescherming stelde de minderjarigen onder toezicht wegens ernstige bedreiging van hun geestelijke en zedelijke belangen door de gespannen en conflicterende relatie tussen de ouders. De omgangsregeling werd opgeschort tot 1 juni 2012, met uitzondering van contact op initiatief van de gezinsvoogd, en de rechtbank gaf richtlijnen voor mediation en therapie om de situatie te verbeteren.
De rechtbank bepaalde dat de moeder de kinderen naar de vader brengt voor omgang en de vader ze terugbrengt, zodra de omgangsregeling wordt hervat. Proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten. De beschikking werd uitgesproken door kinderrechter M. Dam op 13 december 2011.
Uitkomst: Verzoek vader tot eenhoofdig gezag afgewezen, minderjarigen onder toezicht gesteld en omgangsregeling opgeschort tot 1 juni 2012.