ECLI:NL:RBSGR:2011:BU8353
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verantwoordelijkheid Hongarije voor asielaanvraag en weigering verblijfsvergunning
Verzoeker heeft in meerdere EU-lidstaten asielaanvragen ingediend, waaronder Hongarije, Oostenrijk en Frankrijk, nadat zijn vingerafdrukken in Griekenland waren afgenomen. Hongarije heeft de verantwoordelijkheid voor de behandeling van zijn asielaanvraag op zich genomen, mede op basis van een claimakkoord en het arrest van het EHRM in de zaak M.S.S. tegen België en Griekenland.
Verzoeker betwist de claim van Hongarije en vreest dat hij teruggestuurd zal worden naar Griekenland, waar volgens hem de asielprocedure niet adequaat is. Hij beroept zich op het vertrouwensbeginsel en vreest schending van artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank toetst het besluit van de Immigratie- en Naturalisatiedienst aan de relevante Europese regelgeving en het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Zij concludeert dat Hongarije gerechtigd is de aanvraag te behandelen en dat er onvoldoende concrete aanwijzingen zijn dat Hongarije zijn internationale verplichtingen niet zal nakomen.
Daarom is het beroep ongegrond en wordt de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd. De voorlopige voorziening wordt afgewezen en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd.