ECLI:NL:RBSGR:2011:BU8355
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens gebrek aan nieuwe feiten en geen ambtshalve toetsing artikel 8 EVRM
Verzoekster diende een opvolgende aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, stellende dat haar dochter bij terugkeer naar Somalië het risico loopt op gedwongen besnijdenis, wat een schending van artikel 3 EVRM Pro zou opleveren. Verweerder wees de aanvraag af omdat verzoekster niet aannemelijk had gemaakt uit Zuid-Somalië te komen en haar nationaliteit niet vaststond.
De rechtbank overwoog dat de eerdere afwijzing door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in stand was gebleven en dat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd die een hernieuwde beoordeling rechtvaardigen. De vrees voor besnijdenis van de dochter kon niet als nieuw feit worden beschouwd omdat het niet leidde tot een andere beoordeling zonder vaststelling van de nationaliteit.
Verder oordeelde de voorzieningenrechter dat verweerder terecht had afgezien van een ambtshalve toetsing aan artikel 8 EVRM Pro omdat deze toetsing beperkt is tot reguliere procedures en niet van toepassing is op de onderhavige aanvraag. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens gebrek aan nieuwe feiten en juiste toepassing van beleidsregels over ambtshalve toetsing.