ECLI:NL:RBSGR:2011:BU8360
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering over Al Shabaab ervaring
Eiser, van Somalische nationaliteit, vroeg op 14 juli 2009 een verblijfsvergunning asiel aan, welke op 10 december 2009 werd afgewezen. Hij stelde dat hij vanwege een ongeluk waarbij twee mannen omkwamen en de daaropvolgende bedreigingen van de Habar Gedir stam niet veilig kon terugkeren. Verweerder oordeelde dat het relaas van eiser onvoldoende geloofwaardig was en dat hij geen aannemelijk bewijs leverde dat hij niet onder de regels van Al Shabaab kon overleven.
De rechtbank overwoog dat verweerder terecht het ontbreken van reisdocumenten aan eiser toerekende en dat het relaas van eiser tegenstrijdigheden bevatte, waardoor het niet overtuigend was. Ook werd het beroep op medische gronden afgewezen wegens onvoldoende bewijs. Cruciaal was de vraag of eiser ervaring had met Al Shabaab, wat verweerder ontkende maar onvoldoende onderbouwde.
Gelet op het arrest van het EHRM van 28 juni 2011 en het gewijzigde asielbeleid (WBV 2011/13) rust de bewijslast op verweerder om aan te tonen dat eiser ervaring had met Al Shabaab. De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende motiveerde waarom Hizbul Islam gelijkgesteld kon worden aan Al Shabaab en dat eiser al twee jaar geleden Afgooye verliet, waar Hizbul Islam toen de macht had.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen twaalf weken opnieuw te beslissen met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1311.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het afwijzingsbesluit vernietigd wegens onvoldoende motivering over ervaring met Al Shabaab.