ECLI:NL:RBSGR:2011:BU8577
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige inbewaringstelling vreemdeling zonder ontwijking terugkeer
Eiser, een vreemdeling van Egyptische afkomst, werd op 23 november 2011 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Zijn verblijfsvergunning was op 10 januari 2011 ingetrokken en hij diende Nederland te verlaten. Voorafgaand aan de inbewaringstelling had de broer van eiser een vliegticket naar Egypte geboekt en dit aan de autoriteiten bevestigd. Eiser beschikte over een geldig paspoort en gaf tijdens de hoorzittingen aan bereid te zijn terug te keren.
De rechtbank stelde vast dat de Terugkeerrichtlijn vereist dat bewaring alleen gerechtvaardigd is indien sprake is van ontwijking of belemmering van terugkeer. Verweerder kon niet aantonen dat eiser Nederland na 10 januari 2011 niet had verlaten of dat hij terugkeer had belemmerd. De stelling dat de broer van eiser niet in staat was het paspoort en ticket te overhandigen was onvoldoende en werd niet betwist.
De rechtbank oordeelde dat de inbewaringstelling onrechtmatig was en kende eiser een schadevergoeding toe van €105 voor de onterecht doorgebrachte dag in bewaring. Tevens werden de proceskosten van €874 aan eiser toegekend. De bewaring werd op 24 november 2011 opgeheven voordat de rechtbank het beroep kon behandelen.
De uitspraak benadrukt het belang van het ultimum remedium karakter van inbewaringstelling in het vreemdelingenrecht en bevestigt dat het beschikken over reisdocumenten en medewerking aan terugkeer de inzet van vrijheidsbenemende maatregelen moet beperken.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de inbewaringstelling onrechtmatig was en kent een schadevergoeding van €105 toe.