Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBSGR:2011:BU9002

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
21 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
408570/FT RK 11.3394
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 lid 1 onder f Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid WSNP-aanvraag wegens ontbreken minnelijk traject en onvolledige stukken

Verzoeker heeft middels zijn advocaat een verzoekschrift ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank oordeelt dat het verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat uit het verzoek blijkt dat er geen minnelijk traject is doorlopen. Hoewel gesteld wordt dat er geen reële mogelijkheden zijn voor een buitengerechtelijk akkoord, acht de rechtbank de onderliggende grond onvoldoende.

De aangevoerde reden dat de gemeente de aanvraag tot schuldhulpverlening niet in behandeling neemt zolang verzoeker nog een bedrijf heeft, wordt door de rechtbank niet als een geldige reden gezien om het minnelijk traject over te slaan. De rechtbank stelt dat een buitengerechtelijk akkoord ook kan worden bereikt zolang verzoeker een bedrijf heeft, mits alle schulden in kaart zijn gebracht en aan schuldeisers een akkoord wordt aangeboden.

Daarnaast is het verzoekschrift onvolledig: de schuldenlijst vermeldt geen ontstaansdata, er ontbreken specificaties van vorderingen aan het UWV, inkomensspecificaties van verzoeker, een eigen verklaring, en originele uittreksels uit de gemeentelijke basisadministratie en Kamer van Koophandel. Deze tekortkomingen leiden tot de niet-ontvankelijkheid van het verzoek.

Uitkomst: Verzoek tot WSNP-toepassing wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken minnelijk traject en onvolledige aanvraag.

Uitspraak

rekestnummer: 408570/FT-RK 11.3394
uitspraakdatum: 21 december 2011
RECHTBANK TE 'S-GRAVENHAGE
sector civiel recht - enkelvoudige kamer
[verzoeker],
wonende te [adres]
[postcode en woonplaats],
verzoeker,
heeft op 6 december 2011 middels zijn advocaat, mr. J.A. Cenijn te Woerden een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Het verzoek dient niet-ontvankelijk te worden verklaard. Uit het verzoekschrift (onder punten 8 en 9) blijkt dat er geen minnelijk traject is doorlopen. Weliswaar wordt gesteld dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijk akkoord te komen, maar de grond waarop deze stelling rust acht de rechtbank onvoldoende. Als grond wordt aangevoerd dat de gemeente Alphen aan de Rijn de aanvraag (overigens: tot schuldhulpverlening en niet tot toelating tot de wettelijke schuldsanering, zie producties 4 en 5 bij het verzoekschrift) niet in behandeling kan nemen, zolang verzoeker nog een bedrijf heeft. De rechtbank ziet niet in waarom een buitengerechtelijk akkoord niet ook tot stand kan komen, zolang verzoeker nog een bedrijf heeft. Voor een buitengerechtelijk akkoord is (tenminste) noodzakelijk dat alle schulden van verzoeker, zowel privéschulden als zakelijke schulden, in kaart zijn gebracht, maar als dat is gebeurd kan aan alle schuldeisers een akkoord worden aangeboden, ook indien verzoeker op dat moment nog een bedrijf heeft. Dat de gemeente de aanvraag tot schuldhulpverlening niet in behandeling neemt of kan nemen is in dat licht een omstandigheid die verband houdt met het beleid en/of de capaciteit van de gemeente ter zake van schuldhulpverlening, maar neemt niet weg dat de wet het doorlopen van een minnelijk traject voorop stelt. Artikel 285 lid 1 onder Pro f. Faillissementswet stelt weliswaar dat met een verklaring dat er geen reële mogelijkheden om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen een toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling mogelijk is, maar de rechtbank is van oordeel dat tenminste een poging moet zijn gedaan om aan schuldeisers een regeling aan te bieden. Het niet in behandeling nemen van een aanvraag tot schuldhulpverlening impliceert dat niet eens een dergelijke poging is gedaan.
Overigens, maar dat in het licht van het voorgaande ten overvloede, merkt de rechtbank op dat het verzoekschrift ook overigens niet compleet is. De overgelegde schuldenlijst vermeldt geen ontstaansdata. Daarnaast is er een tweetal vorderingen aan het UWV van tezamen € 7545,09 niet gespecificeerd, zijn er geen inkomensspecificaties van verzoekers overlegd, is er geen eigen verklaring van verzoeker aanwezig, en is zowel geen origineel uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie als een origineel uitreksel uit de Kamer van Koophandel overgelegd.
BESLISSING
De rechtbank:
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
Gewezen door mr. C.W.D. Bom en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 december 2011 in tegenwoordigheid van C.R. Cortenbach, griffier.
wsnp vonnis niet-ontvankelijk
LS30