ECLI:NL:RBSGR:2011:BU9161
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring en vooruitzicht op verwijdering naar Oekraïne
Eisers, beiden staatloos verblijvende in Nederland en in vreemdelingenbewaring gesteld, betwisten de rechtmatigheid van hun bewaring en het vooruitzicht op verwijdering naar Oekraïne. Verweerder baseert de bewaring op het ontbreken van identiteitsdocumenten, het niet naleven van vertrektermijnen, het gebruik van valse documenten en het ontbreken van een vaste verblijfplaats.
De rechtbank overweegt dat de gronden voor bewaring gegrond zijn en dat het ernstige vermoeden bestaat dat eisers zich aan verwijdering zullen onttrekken. Hoewel eisers de echtheid en inhoud van brieven van Oekraïense autoriteiten betwisten, acht de rechtbank deze brieven niet evident onjuist of onecht en concludeert dat het vooruitzicht op verwijdering aanwezig is.
De belangenafweging leidt tot het oordeel dat een lichter middel niet passend is. De verzoeken om schadevergoeding worden afgewezen omdat geen omstandigheden als bedoeld in artikel 106 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 zijn vastgesteld. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het vooruitzicht op verwijdering naar Oekraïne wordt bevestigd.