ECLI:NL:RBSGR:2011:BU9213
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing verblijfsvergunning op grond van Zambrano-arrest
Eiseres, een Surinaamse moeder met drie Nederlandse kinderen, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning op grond van het recht op gezinsleven. Verweerder wees deze aanvraag af omdat eiseres niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf en geen vrijstelling kon verkrijgen. Tevens werd betoogd dat het Zambrano-arrest niet van toepassing was omdat de kinderen niet staatloos waren en de vaders Nederlandse nationaliteit bezitten.
De rechtbank oordeelde dat het Zambrano-arrest zich verzet tegen nationale maatregelen die ertoe leiden dat burgers van de Unie, hier de Nederlandse kinderen, feitelijk worden verhinderd hun rechten als Unieburgers uit te oefenen. Het arrest maakt niet uit hoe het staatsburgerschap is verkregen. De stelling van verweerder dat de kinderen niet verplicht zijn Nederland te verlaten vanwege hun vaders werd onvoldoende gemotiveerd en faalde.
De rechtbank stelde dat moet worden beoordeeld of de kinderen ten laste zijn van eiseres en dus verplicht met haar mee zouden moeten gaan bij vertrek uit Nederland. Daarbij dient de rol van de uit beeld zijnde ouder te worden meegewogen. Verweerder maakte geen onderscheid tussen biologisch en juridisch vaderschap en miskende dat alleen de juridische vader met ouderlijk gezag verplicht is voor het kind te zorgen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en op feiten gebaseerde beoordeling van het gezinsleven en het verblijfsrecht in het licht van het EU-recht en het Zambrano-arrest.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.