ECLI:NL:RBSGR:2011:BU9698
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H. Machiels
- L.M.J.A. barones van Hövell tot Westerflier-Dassen
- E.V.L. Heuts
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning asiel wegens toepassing artikel 1F Vluchtelingenverdrag en duurzaamheidsvereiste
Eiser, een Afghaanse nationaliteit dragende vreemdeling, kreeg aanvankelijk een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, die later werd ingetrokken op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag wegens betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen als officier bij KhAD/WAD. De rechtbank oordeelde eerder dat deze tegenwerping in rechte onaantastbaar is geworden.
In de onderhavige procedure betoogde eiser dat hij niet als officier, maar als dienstplichtig militair had gediend, en dat terugkeer naar Pakistan niet mogelijk was. De rechtbank verwierp deze stellingen vanwege gebrek aan nieuwe feiten en onvoldoende onderbouwing van terugkeer-inspanningen naar Pakistan.
Verder stelde eiser medische bezwaren aan uitzetting, maar het Bureau Medische Advisering vond geen aanleiding voor een schending van artikel 3 EVRM Pro. De rechtbank achtte het BMA-advies betrouwbaar en vond geen grond voor aanvullend onderzoek.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet voldoet aan het duurzaamheidsvereiste en dat het onthouden van een verblijfsvergunning niet disproportioneel is. Het beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunning gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard en de intrekking gehandhaafd.