ECLI:NL:RBSGR:2011:BV0248
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing bestuurlijke lus bij beroep op vrijstelling mvv-vereiste met respect voor privéleven
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, welke is afgewezen vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Hij voerde aan dat hij vrijstelling van het mvv-vereiste behoort te krijgen, mede vanwege zijn lange verblijf en opgebouwde banden in Nederland, wat zijn recht op respect voor privéleven raakt.
De rechtbank oordeelt dat de minister dit beroep ten onrechte niet als een beroep op artikel 3.71, tweede lid, aanhef en onder l, van het Vreemdelingenbesluit 2000 heeft meegewogen. Hierdoor ontbreekt een deugdelijke motivering in het bestreden besluit.
Op grond van artikel 8:51a van de Algemene wet bestuursrecht wordt de minister in de gelegenheid gesteld het gebrek te herstellen door binnen vier weken een nieuwe beslissing te nemen. De rechtbank heropent het onderzoek en bepaalt dat de minister schriftelijk moet aangeven of hij van deze mogelijkheid gebruik maakt, waarna de procedure wordt voortgezet.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de minister een nieuw besluit te nemen waarin het beroep op respect voor privéleven wordt meegewogen.