ECLI:NL:RBSGR:2011:BV0259
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onmiddellijke opheffing vreemdelingenbewaring wegens te late gelegenheid asielaanvraag
Eiseres werd op 19 december 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld na haar strafrechtelijke detentie. Zij had reeds op 21 november 2011 kenbaar gemaakt asiel te willen aanvragen, wat ook door haar gemachtigde op 6 december 2011 werd bevestigd. Desondanks werd zij pas op 29 december 2011 in de gelegenheid gesteld om een asielaanvraag in te dienen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zijn inspanningsverplichting had geschonden door niet tijdig te handelen, ondanks dat hij al vier weken voor de inbewaringstelling wist van de asielwens van eiseres. Hoewel de belangenafweging uitviel in het voordeel van verweerder vanwege de gronden van de bewaring, was het handelen na de inbewaringstelling onvoldoende voortvarend.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de onmiddellijke opheffing van de vreemdelingenbewaring en kende eiseres een schadevergoeding toe van €825 wegens de onrechtmatige bewaring. Tevens werden proceskosten van €874 aan eiseres toegekend.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard en onmiddellijke opheffing van de vreemdelingenbewaring bevolen wegens te late gelegenheid tot asielaanvraag.