ECLI:NL:RBSGR:2011:BV0321
Rechtbank 's-Gravenhage
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens tijdige indiening en gebrek aan grond
Verzoeker diende een mondeling wrakingsverzoek in tegen de meervoudige strafkamer die zijn strafzaak behandelde. Hij sloot zich aan bij een eerder wrakingsverzoek van een medeverdachte, stellende dat de kamer vooringenomen was door de verdediging niet langer te laten pleiten dan gepland, waardoor zijn recht op verdediging werd beknot.
De wrakingskamer oordeelde dat feiten uit de niet-gevoegde zaken van medeverdachten niet aan het wrakingsverzoek van verzoeker ten grondslag kunnen worden gelegd. Tevens stelde de kamer vast dat verzoeker tijdens het pleidooi op 29 september 2011 niet klaagde over de tijdsbeperkingen en pas op 30 september het wrakingsverzoek indiende, wat in strijd is met artikel 513 lid 1 jo Pro. lid 3 Sv dat vereist dat het verzoek wordt gedaan zodra de feiten bekend zijn.
Ook de klachten over problemen bij het volgen van het pleidooi werden pas op 3 oktober aangevoerd, eveneens te laat volgens de wet. Hierdoor werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek. De inhoudelijke beoordeling van de wrakingsgronden bleef achterwege en het proces in de hoofdzaak werd voortgezet zoals het was bij het indienen van het verzoek.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek wegens het niet tijdig indienen en gebrek aan gegronde wrakingsgronden.