ECLI:NL:RBSGR:2011:BV0351
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dwangsom wegens niet tijdig beslissen op bezwaar in visumkortverblijfzaak
Eiseres diende op 8 juni 2010 een aanvraag in voor een visum kort verblijf met als doel familiebezoek. De aanvraag werd aanvankelijk afgewezen, waarna eiseres bezwaar maakte. Verweerder besloot niet tijdig op het bezwaar, waarna eiseres een ingebrekestelling stuurde. Uiteindelijk werd het bezwaar gegrond verklaard en het visum verstrekt, maar de rechtbank moest beoordelen of verweerder een dwangsom verschuldigd was wegens de overschrijding van de beslistermijn.
De rechtbank oordeelde dat de Visumcode van toepassing is op de visumaanvraag en dat deze niet is uitgezonderd van de dwangsomregeling zoals geregeld in artikel 4:17 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verweerder was daardoor gehouden tijdig te beslissen op het bezwaar. Omdat verweerder pas op 15 februari 2011 besliste, was hij dwangsommen verschuldigd over 21 dagen, vastgesteld op in totaal €490.
Daarnaast behandelde de rechtbank het verzoek van eiseres tot vergoeding van proceskosten. Hoewel verweerder het primaire besluit rechtmatig achtte, oordeelde de rechtbank dat verweerder in redelijkheid pas na de nadere toelichting in bezwaar kon concluderen dat er geen vestigingsgevaar was. De rechtbank veroordeelde verweerder daarom tot vergoeding van de proceskosten van €874 en het griffierecht van €152.
Het beroep werd verder ongegrond verklaard. De uitspraak bevestigt het belang van tijdige besluitvorming door bestuursorganen en bevestigt dat de Visumcode niet buiten de dwangsomregeling valt.
Uitkomst: De rechtbank stelde een dwangsom van €490,- vast wegens niet tijdig beslissen op bezwaar en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.