ECLI:NL:RBSGR:2011:BV0360
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit uitzetting minderjarige wegens schending recht op privéleven
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het beroep tegen de afwijzing van een verblijfsvergunning en het verzoek om een voorlopige voorziening tegen uitzetting. Eisers, een Turks gezin, betoogden dat het besluit tot uitzetting van hun kinderen, met name de oudste zoon die sinds zijn geboorte in Nederland woont, in strijd is met artikel 8 EVRM Pro en het belang van het kind zoals neergelegd in artikel 3 IVRK Pro.
De rechtbank overwoog dat uit jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) volgt dat het recht op privéleven ook bij minderjarige vreemdelingen geldt die het grootste deel van hun leven in het gastland hebben doorgebracht. De rechtbank stelde vast dat de oudste zoon vanaf zijn geboorte in Nederland woont, geen banden heeft met Turkije en dat het niet aan hem kan worden verweten dat hij illegaal verblijft, aangezien dit de keuze van zijn ouders was.
De rechtbank concludeerde dat het belang van het kind zwaarwegend is en dat verwijdering naar Turkije niet in zijn belang is. Het bestreden besluit is daarom in strijd met artikel 7:12 Awb Pro vernietigd. Tevens is een voorlopige voorziening getroffen die uitzetting verbiedt totdat op de bezwaren is beslist. Verweerder is veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot uitzetting wordt vernietigd en eisers worden beschermd tegen uitzetting totdat op de bezwaren is beslist.