ECLI:NL:RBSGR:2011:BV0431
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens niet tijdig overleggen VOG niet rechtsgeldig
De zaak betreft een geschil over de beëindiging van een arbeidsovereenkomst tussen eiser en gedaagde. Eiser werkte sinds de zomer van 2009 als invalkracht en trad per 15 maart 2010 in vaste dienst. In de arbeidsovereenkomst is een ontbindende voorwaarde opgenomen (artikel 11) die stelt dat het niet tijdig overleggen van een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) tot onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst leidt.
Gedaagde stelde dat deze ontbindende voorwaarde rechtsgeldig was en dat de arbeidsovereenkomst per 30 mei 2011 van rechtswege was geëindigd vanwege het niet overleggen van de VOG. Eiser betwistte dit en voerde aan dat de ontbindende voorwaarde niet was overeengekomen, niet verenigbaar is met het ontslagrecht en dat het ontslag zonder toestemming van het UWV is gegeven.
De kantonrechter oordeelde dat de ontbindende voorwaarde niet objectief bepaalbaar is en dat gedaagde zelf invloed heeft op de vervulling ervan, wat strijdig is met het ontslagrecht. Bovendien was de arbeidsovereenkomst niet door eiser ondertekend en was niet duidelijk overeengekomen dat het niet tijdig overleggen van de VOG een ontbindende voorwaarde was. Het ontslag per 30 mei 2011 werd daarom voorlopig als nietig beschouwd.
De kantonrechter veroordeelde gedaagde tot loondoorbetaling vanaf 30 mei 2011 tot het einde van de dienstbetrekking, inclusief wettelijke verhoging en rente. De vordering tot wedertewerkstelling werd afgewezen vanwege het ontbindingsbesluit per 1 september 2011. Gedaagde werd tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag per 30 mei 2011 is nietig en gedaagde is veroordeeld tot loondoorbetaling met wettelijke verhoging en rente.