ECLI:NL:RBSGR:2011:BV1509
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling hoogte vermogensschade verlies verdienvermogen na ongeval
Op 5 februari 2001 raakte verzoekster betrokken bij een verkeersongeval waarbij zij letsel opliep. Bovemij erkende aansprakelijkheid. Verzoekster maakte keuzes om in loondienst te treden bij de speelgoedwinkel van haar zus en deze later over te nemen. Zij vorderde vaststelling van haar vermogensschade tot en met 2010 op €111.233.
De rechtbank oordeelde dat de keuzes van verzoekster redelijk waren en dat het verzoek tot vaststelling van de schade onvoldoende onderbouwd was. De verliezen van de speelgoedwinkel konden niet volledig aan het ongeval worden toegerekend, mede omdat klachten pas vanaf 2008 verergerden. Verzoekster kon onvoldoende aantonen dat zij niet meer kon verdienen dan zij feitelijk deed. De inzet van vervangend personeel wegens rugklachten was wel ongevalsgerelateerd en moet worden vergoed.
De rechtbank wees het verzoek af en matigde de kostenbegroting van verzoekster tot €5.000 plus griffierecht. Zij benadrukte dat partijen naar verwachting buiten rechte tot een schaderegeling kunnen komen en dat toekomstige schade na een operatie nog vergoed kan worden.
Uitkomst: Verzoek tot vaststelling van vermogensschade van €111.233 wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing; proceskosten begroot op €5.258.