ECLI:NL:RBSGR:2011:BV8421
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting op grond van artikel 8 EVRM en Zambrano-arrest
Verzoekster, van Marokkaanse nationaliteit, vroeg een verblijfsvergunning in Nederland, welke werd afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf en haar illegale verblijf. Verweerder stelde dat er geen schending was van artikel 8 EVRM Pro omdat gezinsleven in het land van herkomst mogelijk was en verwees naar een restrictief toelatingsbeleid.
Verzoekster betoogde dat de belangenafweging onzorgvuldig was, dat haar kinderen als EU-burgers recht hebben op verblijf in Nederland en dat het arrest Zambrano onvoldoende was meegewogen. Zij stelde dat het belang van het kind individueel moet worden getoetst en dat de weigering van de vergunning het effectieve genot van de rechten van haar kinderen aantast.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het standpunt van verweerder op gespannen voet staat met het bestreden besluit en het arrest van 15 november 2011, en dat verweerder bij het besluit op bezwaar nader op deze punten moet ingaan. Gezien de zwaarwegende belangen van de kinderen en de orthopedagogische rapportage, weegt het belang van verzoekster om bezwaar in Nederland af te wachten zwaarder dan het belang van de Staat.
Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening toegewezen, met een verbod op uitzetting en een veroordeling van verweerder in proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Verzoek tot voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoekster wordt verboden tot op bezwaar is beslist.