ECLI:NL:RBSGR:2011:BW2306
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.W.H.B. Sentrop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opheffing ongewenstverklaring ondanks familie- en gezinsleven
Eiser, een Rwandese vreemdeling, verzocht om opheffing van zijn ongewenstverklaring, welke was opgelegd na een veroordeling voor drugshandel. De rechtbank overweegt dat eiser niet heeft voldaan aan de vereiste voorwaarde van tien jaar onafgebroken verblijf buiten Nederland. Daarnaast zijn eerdere asielprocedures en uitspraken van de rechtbanken en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) gevolgd, waaruit blijkt dat eiser geen risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Rwanda.
Eiser voerde aan dat zijn familie- en gezinsleven, zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro, een opheffing van de ongewenstverklaring rechtvaardigt. Hoewel de rechtbank erkent dat er sprake is van gezinsleven met zijn Nederlandse kinderen, concludeert zij dat verweerder terecht heeft afgewogen dat het algemeen belang prevaleert. De kinderen kunnen bij hun Nederlandse moeder verblijven en er is geen objectieve belemmering om het gezinsleven in Rwanda voort te zetten.
De rechtbank acht de belangenafweging ('fair balance') zorgvuldig gemaakt door verweerder, waarbij ook de ernst van het gepleegde misdrijf is meegewogen. Het beroep op het HvJ-arrest Zambrano wordt verworpen omdat de omstandigheden niet vergelijkbaar zijn. Ook het beroep op het Verdrag inzake de Rechten van het Kind faalt. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee de afwijzing van het verzoek tot opheffing van de ongewenstverklaring.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot opheffing van de ongewenstverklaring wordt afgewezen.