ECLI:NL:RBSGR:2011:BW3516
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vrijheidsontnemende maatregel vreemdelinge wegens onrechtmatigheid
De vreemdelinge, met Surinaamse nationaliteit, was onderworpen aan een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd door de minister voor Immigratie en Asiel. De rechtbank beoordeelde of deze maatregel in overeenstemming was met de Vreemdelingenwet 2000. Aanvankelijk was er geen aanleiding voor een lichter middel dan inbewaringstelling, mede vanwege het ontbreken van identiteitspapieren, het niet naleven van vertrektermijnen en het ontbreken van een vaste verblijfplaats.
Na indiening van een aanvraag op grond van het EU-recht en een garantverklaring door de broer van de vreemdelinge, stelde de rechtbank vast dat het standpunt van verweerder dat een lichter middel niet volstaat, niet langer houdbaar was. De rechtbank nam daarbij ook het belang van het jonge Nederlandse kind van de vreemdelinge mee, verwijzend naar het arrest Ruiz Zambrano van het Hof van Justitie.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel van bewaring vanaf 3 mei 2010 onrechtmatig was en beveelt de opheffing van deze maatregel. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen, maar verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.
Uitkomst: De maatregel van bewaring van de vreemdelinge wordt opgeheven met ingang van 3 mei 2010.