ECLI:NL:RBSGR:2011:BW3528
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.W.H.B. Sentrop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning gezinsleven wegens ontbreken geldige machtiging tot voorlopig verblijf
Eiseres diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd om gezinsleven uit te oefenen met haar minderjarige kind in Nederland. Verweerder wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en het niet van toepassing zijn van vrijstellingsgronden of de hardheidsclausule. Eiseres voerde aan dat uitzetting in strijd zou zijn met artikel 8 EVRM Pro en dat zij vrijgesteld zou moeten worden van het mvv-vereiste.
De rechtbank stelde vast dat er sprake is van gezinsleven tussen eiseres en haar kind, maar dat het besluit geen inmenging in de uitoefening van dat recht inhoudt omdat eiseres nooit een verblijfsvergunning had. De belangenafweging tussen het individuele belang van eiseres en het algemeen belang van toezicht op vreemdelingeninstroom leidde tot het oordeel dat het algemeen belang zwaarder weegt. Er was geen sprake van overwegende belemmeringen om het gezinsleven in het land van herkomst uit te oefenen.
De rechtbank verwierp het beroep op de hardheidsclausule en concludeerde dat verweerder in redelijkheid het besluit kon handhaven. Ook de aangehaalde jurisprudentie en internationale verdragen boden geen grond voor een ander oordeel. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.