Uitspraak
(gemachtigde: mr. drs. B. Pijnaker),
Rechtbank 's-Gravenhage
Eiseres diende een aanvraag in voor kinderopvangtoeslag over 2008, met een voorschot voor 2009 toegekend en meerdere malen herzien. Na een bezwaarprocedure stelde verweerder het voorschot voor 2009 op nihil vanwege het ontbreken van bewijs van betaling van eigen bijdrage door eiseres in dat jaar.
Eiseres betoogde dat zij de volledige kosten van € 10.394,40 aan het gastouderbureau had voldaan, deels in 2009 en deels in 2012, en dat dit recht gaf op kinderopvangtoeslag. Tevens stelde zij dat ontvangen schenkingen via het gastouderbureau niet relevant waren voor het recht op toeslag.
De rechtbank oordeelde dat het begrip 'te betalen kosten' moet worden uitgelegd als daadwerkelijk in het betreffende jaar gedane uitgaven die het vermogen van eiseres aantasten. Betalingen in 2012 konden het toetsingsjaar 2009 niet wijzigen. Ook was niet aannemelijk dat geldstromen losstonden van de toeslag of als schenking konden worden beschouwd.
De rechtbank bevestigde dat de toeslag terecht op nihil was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de toeslag voor 2009 blijft op nihil vastgesteld.