ECLI:NL:RBSGR:2012:30329
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. van Rij
- K.M. Braun
- G.J. Ebbeling
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke geschil over toepassing bedrijfsopvolgingsfaciliteit bij aanmerkelijk belang aandelen in familiebedrijf
Op 25 februari 2009 overleed de erflaatster die in gemeenschap van goederen was gehuwd. Zij liet aan haar echtgenoot en kinderen een nalatenschap na met onder meer aanmerkelijk belang aandelen in vennootschappen die onroerend goed verhuren binnen het familiebedrijf. De inspecteur legde een aanslag recht van successie op en wees het verzoek tot toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit af. Eiser betwistte dit en stelde dat de vennootschappen een onderneming drijven, waardoor de faciliteit van toepassing zou zijn.
De rechtbank behandelde het geschil waarbij de kernvraag was of de activiteiten van de vennootschappen meer zijn dan normaal vermogensbeheer. Eiser voerde aan dat de persoonlijke relatie met huurders en de marktpositie van het familiebedrijf duiden op ondernemerschap. De rechtbank oordeelde echter dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de activiteiten boven normaal vermogensbeheer uitstijgen. De werkzaamheden werden deels door derden verricht, vergelijkbaar met particuliere beleggers.
Daarom concludeerde de rechtbank dat de vennootschappen geen onderneming drijven en de bedrijfsopvolgingsfaciliteit niet van toepassing is. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage op 29 augustus 2012.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de vennootschappen geen onderneming drijven en de bedrijfsopvolgingsfaciliteit niet van toepassing is.