ECLI:NL:RBSGR:2012:BV0932
Rechtbank 's-Gravenhage
- Raadkamer
- De Boer
- Milders
- Van Zeijst-Repelaer van Driel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing opheffing opschorting bevel tot inbewaringstelling ongegrond verklaard
In deze strafzaak heeft de officier van justitie hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de rechter-commissaris die de vordering tot opheffing van de opschorting van het bevel tot inbewaringstelling tegen verdachte had afgewezen. Het bevel tot inbewaringstelling was op 1 juli 2011 gegeven en onder opschorting gesteld met een gebiedsverbod.
Verdachte werd op 1 december 2011 aangehouden wegens overtreding van deze voorwaarde, maar voorafgaand aan die aanhouding was geen specifiek bevel tot aanhouding gegeven conform artikel 84 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafvordering. De officier van justitie beriep zich op een algemeen bevel van de fungerend Hoofdofficier van Justitie aan politieagenten om in bepaalde situaties onmiddellijk tot aanhouding over te gaan.
De rechtbank oordeelt dat het afgeven van een algemeen, voorafgaand bevel tot aanhouding in strijd is met artikel 84 Sv Pro, omdat dit artikel een discretionaire bevoegdheid aan het openbaar ministerie geeft die per individuele zaak moet worden afgewogen. Een toetsing achteraf, zoals beoogd in de brief, is onvoldoende. Daarom verklaart de raadkamer het hoger beroep ongegrond en bekrachtigt de beslissing van de rechter-commissaris.
Uitkomst: Het hoger beroep van de officier van justitie wordt ongegrond verklaard en de beslissing van de rechter-commissaris wordt bekrachtigd.