ECLI:NL:RBSGR:2012:BV1722
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewijsopdracht over betaling en vriendendienst bij stucwerkzaamheden in nieuwbouwwoning
In deze zaak vordert het stucadoorsbedrijf betaling van €6.254,26 voor stucwerkzaamheden in een nieuwbouwwoning van gedaagden. Er is geen schriftelijke overeenkomst of prijsafspraak gemaakt. De werkzaamheden zijn deels verricht door de vader en stiefbroer van een van de gedaagden, die tevens bestuurders zijn van het stucadoorsbedrijf.
De rechtbank stelt vast dat tussen partijen een overeenkomst tot opdracht bestaat, maar dat de inhoud daarvan moet worden bepaald aan de hand van de wederzijdse verklaringen en gedragingen. Gezien de familierelatie en eerdere vriendendiensten, mocht gedaagden redelijkerwijs aannemen dat ook deze keer sprake was van een vriendendienst zonder betaling van arbeidsuren.
De rechtbank wijst de vordering toe voor vergoeding van materiaalkosten, benzinekosten en een derde van de uren die op de factuur staan, omdat ook personeel van het stucadoorsbedrijf is ingezet. De totale toewijsbare vergoeding bedraagt €2.356 exclusief BTW, vermeerderd met wettelijke rente.
Gedaagden voeren aan dat er een contante betaling van €1.500 heeft plaatsgevonden, maar dit is niet voldoende bewezen. De rechtbank draagt gedaagden op dit bewijs te leveren, onder meer door getuigenverhoor, en stelt een procedure voor bewijslevering en getuigenverhoor vast. De proceskosten worden voorlopig gecompenseerd vanwege de familierelatie.
Uitkomst: Rechtbank wijst vergoeding toe voor materiaalkosten en een deel van de uren en draagt gedaagden op bewijs te leveren van een contante betaling van €1.500, waarna verdere beslissing volgt.