ECLI:NL:RBSGR:2012:BV2083
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting maatregel van bewaring en redelijk vooruitzicht op verwijdering naar China
Eiser, een vreemdeling van Chinese nationaliteit, betwist de voortzetting van de maatregel van bewaring opgelegd door verweerder op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelt dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering naar China bestaat en dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt bij de voorbereiding van zijn verwijdering. De rechtbank toetst of sinds het sluiten van het eerdere onderzoek de maatregel rechtmatig is gebleven.
Verweerder heeft toegelicht dat overleg met de Chinese autoriteiten heeft plaatsgevonden en dat een laissez passer is toegezegd aan een gedocumenteerde Chinese vreemdeling. Een vreemdeling kan alleen in persoon worden gepresenteerd indien hij uitdrukkelijk aangeeft te willen terugkeren. Eiser heeft dit niet gedaan, waardoor verweerder niet verplicht was hem deze mogelijkheid te bieden. De rechtbank acht het redelijk dat eiser alle mogelijkheden benut om zijn presentatie te bewerkstelligen, wat valt onder zijn verplichting tot volledige en actieve medewerking.
De rechtbank overweegt dat het feit dat de Chinese autoriteiten geen laissez passer hebben verstrekt na eerdere presentaties van andere vreemdelingen niet uitsluit dat zij dit voor eiser zullen doen. Het onderzoek loopt nog en verweerder heeft gerappelleerd bij de autoriteiten. Ook is een vertrekgesprek gevoerd waarin eiser werd gewezen op zijn actieve bijdrage. De rechtbank concludeert dat er een redelijk vooruitzicht op verwijdering bestaat en dat de maatregel van bewaring rechtmatig en gerechtvaardigd is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.