ECLI:NL:RBSGR:2012:BV2371
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens gebrek aan positieve overtuigingskracht en geen ambtshalve toetsing artikel 8 EVRM
Eiser, van Iraakse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees deze aanvraag af op grond van artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat het asielrelaas van eiser niet overtuigend was. Verweerder stelde dat eiser wisselende en tegenstrijdige verklaringen had afgelegd, die niet konden worden verklaard door zijn psychische problemen. Ook ontbraken documenten over zijn identiteit en reisroute, wat aan eiser werd toegerekend.
Eiser voerde aan dat hij psychische problemen had en dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met zijn situatie, waaronder het overlijden van zijn dochter in Nederland en de mogelijke scheiding van zijn gezin. Tevens stelde hij dat verweerder ten onrechte niet ambtshalve had getoetst aan artikel 8 EVRM Pro (recht op gezinsleven).
De rechtbank oordeelde dat verweerder het juiste toetsingskader had gehanteerd en dat het asielrelaas terecht als ongeloofwaardig was beoordeeld. De rechtbank zag geen grond voor een ambtshalve toetsing aan artikel 8 EVRM Pro in de asielprocedure van eiser, verwijzend naar het beleid en de toelichting bij de relevante regelgeving. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag wordt afgewezen.