ECLI:NL:RBSGR:2012:BV2651
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning wegens onterecht ontbreken reisdocumenten
Verzoeker diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van asiel. Verweerder wees de aanvraag af omdat verzoeker niet tijdig de benodigde documenten, waaronder nationaliteits- en reisdocumenten, had overgelegd. Verzoeker stelde dat het ontbreken van deze documenten niet aan hem te wijten was, aangezien de reisagent plotseling met zijn bagage en documenten was vertrokken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker redelijkerwijs niet kon voorzien dat de reisagent zou vertrekken met zijn bagage en dat het ontbreken van reisdocumenten niet aan verzoeker kon worden toegerekend. Tevens werd geoordeeld dat verzoeker tijdig aanvullende documenten had ingediend en dat verweerder ten onrechte had aangenomen dat deze te laat waren.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met artikel 31, tweede lid, aanhef en onder f, van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder moet de aanvraag opnieuw beoordelen, waarbij de geloofwaardigheid van verzoekers verklaringen opnieuw moet worden gewogen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak deed in de hoofdzaak.
Verder werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan verzoeker ter hoogte van €1.311 wegens rechtsbijstand.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.