ECLI:NL:RBSGR:2012:BV2789
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren bewaring en zicht op uitzetting Iraakse vreemdeling
Eiser, een Iraakse vreemdeling, is op 4 oktober 2011 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000. Hij betoogt dat er geen zicht meer is op uitzetting omdat de Iraakse autoriteiten zijn nationaliteit niet bevestigen en hij niet vrijwillig wil terugkeren. De rechtbank onderzoekt of sinds het eerdere beroep nieuwe feiten zijn ontstaan die het voortduren van de bewaring onrechtmatig maken.
De rechtbank stelt vast dat uitzetting naar Irak alleen mogelijk is via een EU-staat, maar dat deze route sinds 14 november 2011 is opgeschort door de Iraakse autoriteiten. Desondanks acht de rechtbank het zicht op uitzetting niet verdwenen, mede omdat de minister en de Iraakse ambassadeur overleg hebben gehad over de gewijzigde houding en de Nederlandse ambassadeur in Bagdad ook actie onderneemt.
De rechtbank weegt mee dat de eerdere inbewaringstelling geen nieuwe omstandigheid is en dat eiser zijn belangenafweging niet heeft onderbouwd. Ook wordt erkend dat verweerder voortvarend heeft gehandeld. Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.